| Theorie en praktijk | ||||
| In leerjaar 1 en 2 volgen de leerlingen de vakken van de basisvorming in aangepaste vorm. | ||||
| Het betreft algemeen vormende vakken als | ||||
| Nederlands | ||||
| Engels | ||||
| rekenen / wiskunde | ||||
| wereldoriëntatie | ||||
| In alle lessen staan sociale vaardigheden centraal | ||||
| Daarnaast krijgen leerlingen praktijkvakken in de sectoren: | ||||
| techniek | hout, metaal, handvaardigheid, textiele werkvormen, fietsentechniek; | |||
| welzijn en verzorging | koken, huishoudkunde, persoonlijke verzorging; | |||
| economie | informatiekunde; | |||
| groen | (groente)tuin, onderhoud schoolomgeving, verzorging van dieren. | |||
| Het aanbod van deze praktijkvakken wordt verder uitgebreid en afgestemd op de mogelijkheden van de individuele leerling en de vraag vanuit het bedrijfsleven. | ||||
Leerjaar
3 staat in het teken van voorbereiding op de
stage.
Interne en externe stage in leerjaar 3 zijn onderdelen van het onderwijsprogramma en hebben een oriënterend karakter. |
||||
![]() |
De leerlingen volgen interne stage op school, brengen een bezoek aan verschillende bedrijven en werken aan projecten ter voorbereiding op de externe stages in de leerjaren 4 en 5. | |||
|
|
Leerlingen ontwikkelen een voorkeur voor een bepaalde richting binnen de praktijkvakken en daarmee een bepaalde branche binnen het bedrijfsleven. Op deze wijze komt de leerling beter voorbereid en met meer vaardigheden in de stage. | |||
| In
leerjaar 4 en 5 krijgt de
leerling tenminste 3 stageplaatsen
aangeboden.
Naast de stages volgt de leerling ook lessen op school. Er komen een aantal vakgebieden bij:
|
![]() |
|||
| Leerlingen worden op deze wijze voorbereid op een plaats op de arbeidsmarkt. Het onderwijs op school kan regionaal worden afgestemd, dus rekening houdend met de individuele mogelijkheden van onze leerlingen en de gevestigde bedrijven. |
|
|||